Mijn slechte geweten

Ik zie iets dat op me af komt. Ik vlucht.
Het heeft een vreselijke lucht.

Alles is vies.
Ook mijn beste vriend Gies.
Hij is niet meer te vertrouwen.
Hij wil dat mensen rouwen.

Mijn zus is ziek, als in bijna dood.
Het komt door die vieze lucht, ze hoest rood.
Rood als bloed.
We hebben geen zoet.
Er is geen eten.

Dit heb ik alle maal op mijn geweten.

1945, mijn zus is genezen.
We hoeven niet meer te vrezen.

Mijn zus is genezen.
Niemand zal ooit blijer dan mij wezen.

De oorlog is voorbij.
Ik ben super blij

Verena Pluijm, Groep 8