Lief dagboek

 Het was niet fijn op school. Ik was aan het werk en toen ging het luchtalarm. Ik schrok en viel bijna van mijn stoel. We moesten naar buiten en naar huis rennen omdat we anders onder de puin zouden kunnen komen. Toen ik thuis was keek ik uit mijn slaapkamerraam en zag dat de school gebombardeerd was. Ik schrok. Mama zei dat we niet meer naar school hoefden. Toen ging het luchtalarm weer. Ik moest al mijn waardevolle spullen pakken en in een koffer doen het moest heel snel we moesten weer weg rennen. Nu zit ik bij oma bij de openhaard. Het eten bij oma is op. Ik heb honger  maar er is niks. De waterleiding is gesprongen en de lucifers zijn op. Mijn leven is ingestort. Ik heb 10 gulden. De rest is op. Mijn lievelings knuffel ligt ook onder puin. Ik had geen tijd om haar te pakken. Het liefst wil ik omkomen zodat ik last heb van verdriet. Misschien schrijf ik nog in je maar misschien ook niet. Ik ga proberen te slapen ondanks de herrie.

                                                                                             Hester